De verborgen aanname van de wetenschap
Elke wetenschappelijke beschrijving bevat een verborgen aanname die zo fundamenteel is dat zij zelden uitgesproken wordt: er is een waarnemer die het systeem van buitenaf beschrijft. Een subject dat een object bestudeert. Een beschrijver die los staat van het beschrevene.
Deze aanname is niet willekeurig — zij is de grondslag van de wetenschappelijke methode. Om objectief te kunnen meten moet de meting onafhankelijk zijn van wie meet. Om een experiment te kunnen herhalen moet het systeem gescheiden zijn van de waarnemer. Om een theorie te kunnen toetsen moet de toetser buiten de theorie staan.
Maar die aanname faalt zodra het systeem dat bestudeerd wordt het universum zelf is. Er is geen buitenpositie ten opzichte van het universum. De waarnemer die het universum bestudeert is zelf onderdeel van het universum. Hij kan er niet uitstappen. Hij kan het niet van buitenaf bekijken. Hij is er altijd al in — embedded.
We are part of nature and therefore part of the mystery that we are trying to solve. — Max Planck
Buiten versus binnen — twee fundamenteel andere posities
- Objectief en neutraal
- Volledig overzicht over het systeem
- Meting verstoort het systeem niet
- Tijd stroomt gelijkmatig voor iedereen
- Toeval is eigenschap van het systeem
- Werkelijkheid onafhankelijk van positie
- Beschrijving is volledig mogelijk
- Altijd vanuit een specifieke positie
- Structureel partieel overzicht
- Meting is interactie met het systeem
- Tijd is eigenschap van de positie
- Toeval is epistemisch — beperkt overzicht
- Beschrijving is altijd perspectivisch
- Volledige beschrijving is structureel onmogelijk
Het verschil is niet gradueel maar structureel. Het is niet zo dat de embedded waarnemer een slechte buitenwaarnemer is — iemand die met betere instrumenten meer kan meten. De embedded positie is fundamenteel anders van aard dan de veronderstelde buitenpositie. Er zijn dingen die de embedded waarnemer per definitie niet kan weten — niet omdat hij te weinig weet, maar omdat hij deel is van wat hij bestudeert.
Vijf gevolgen van de embedded positie
Een waarnemer die buiten het systeem staat en het volledig overziet zou geen toeval ervaren — hij zou alles kunnen voorspellen. Toeval verschijnt alleen voor een waarnemer die embedded is: die het systeem van binnenuit overziet en daardoor structureel partieel overzicht heeft. Wat hij niet kan zien ervaart hij als onverwacht, als toevallig. Toeval is de naam voor zijn eigen positie — niet voor een eigenschap van het universum.
De fundamentele wetten van de fysica zijn tijdssymmetrisch — zij werken even goed voorwaarts als achterwaarts in de tijd. Er is geen fundamentele tijdrichting ingebakken in de natuur. Toch ervaren wij een ondubbelzinnige tijdpijl: het verleden is vast, de toekomst is open. Die asymmetrie is een eigenschap van de embedded positie: de waarnemer beweegt door de processtructuur van het continuüm, en wat hij al heeft overzien noemt hij verleden, wat hij nog niet overziet noemt hij toekomst.
Een buiten waarnemer zou kunnen meten zonder het systeem te verstoren. Een embedded waarnemer kan dat niet: elke meting is een interactie tussen twee embedded processtructuren in hetzelfde continuüm. Heisenbergs onzekerheidsprincipe is hiervan de formele uitdrukking: positie en impuls kunnen niet gelijktijdig met willekeurige precisie gemeten worden, omdat meting zelf energie uitwisselt. Dit is geen technische beperking maar een structurele eigenschap van de embedded positie.
Gödels onvolledigheidsstellingen tonen dit voor formele systemen: elk consistent formeel systeem dat krachtig genoeg is bevat ware uitspraken die het niet kan bewijzen. Een systeem kan zichzelf niet volledig beschrijven van binnenuit. De analogie voor de embedded waarnemer is direct: de waarnemer die deel is van het universum kan het universum niet volledig beschrijven vanuit zijn positie. De volledige beschrijving vereist een buitenpositie die niet bestaat.
In Bell-experimenten wordt aangenomen dat de experimentator vrij kan kiezen welke meting hij uitvoert — onafhankelijk van de toestand van de deeltjes. Maar als de experimentator embedded is in hetzelfde continuüm als de deeltjes, is zijn "vrije keuze" even deel van de processtructuur als de toestand van de deeltjes. Er is geen vrije buitenpositie vanwaar hij kiest. Dit is de kern van superdeterminisme — en het volgt direct uit de embedded positie.
De embedded positie in elk vakgebied
De paradox van zelfkennis
De embedded positie leidt tot een paradox die geen enkele wetenschap volledig kan oplossen: de waarnemer die zichzelf probeert te begrijpen is het systeem dat begrepen wil worden. Hersenwetenschappers gebruiken hun hersenen om hersenen te bestuderen. Filosofen gebruiken hun bewustzijn om bewustzijn te analyseren. Kosmologen gebruiken een klein deel van het universum om het gehele universum te beschrijven.
In elk geval geldt: het instrument van kennis is tegelijk het object van kennis. En dat is geen toeval — het is structureel. De embedded waarnemer kan nooit volledig buiten zijn eigen positie staan om haar van buitenaf te bekijken.
Volledige zelfkennis is structureel onmogelijk voor de embedded waarnemer — niet omdat hij te weinig weet, maar omdat hij deel is van wat hij wil kennen. Dit is geen tragisch tekort. Het is de structurele eigenschap die toeval, tijd, bewustzijn en betekenis mogelijk maakt. Zonder embedding — zonder positie van binnenuit — zou er geen perspectief zijn. En zonder perspectief geen ervaring.
Wie dit zag
De RC-positie — embedded als vertrekpunt
Het Radicaal Continuüm neemt de embedded positie niet als probleem maar als vertrekpunt. In plaats van te proberen de buitenpositie te simuleren — de beperking van de embedded positie als tekort te zien — beschrijft het RC wat er structureel volgt uit het embedded zijn.
De waarnemer is altijd onderdeel van het tijdloze continuüm. Hij overziet de volledige processtructuur niet — dat is structureel onmogelijk. Maar hij kan wel, via logische redenering, de aard van zijn eigen embedded positie beschrijven. En uit die beschrijving volgt alles: tijdloosheid van het continuüm, epistemisch toeval, de tijdpijl als perspectief, de structurele onvolledigheid van elke beschrijving, de onmogelijkheid van een absolute buitenpositie.
Dit is de kern van het Radicaal Continuüm: niet een beschrijving van het universum van buitenaf, maar een beschrijving van wat het universum er vanuit het binnenuit — vanuit de embedded positie — noodzakelijkerwijs uitziet. Die beschrijving is rijker, nauwkeuriger en eerlijker dan de veronderstelde buitenpositie die de wetenschap stilzwijgend aanneemt.
De waarnemer is altijd onderdeel van wat hij onderzoekt. Dat is geen beperking om te overwinnen — het is de structurele eigenschap die maakt dat er überhaupt een perspectief is, een ervaring, een wetenschap. De embedded positie is niet het probleem van de wetenschap. Het is haar onerkende fundament.
Lees meer over de blinde vlek die hieruit voortkomt.
De blinde vlek van de wetenschap →