Twee interpretaties van toeval
Er zijn twee fundamenteel verschillende manieren om toeval te interpreteren. Het onderscheid lijkt technisch maar heeft vergaande gevolgen voor hoe je naar het universum en naar je eigen leven kijkt.
Toeval is een eigenschap van de werkelijkheid zelf. Het universum is fundamenteel onbepaald. Bepaalde gebeurtenissen hebben geen oorzaak — zij gebeuren zonder reden, willekeurig, uit het niets. Dit is de positie van de Kopenhagense interpretatie van de kwantummechanica: de natuur gooit dobbelstenen.
Toeval is een eigenschap van de waarnemer, niet van de werkelijkheid. Het universum is volledig bepaald — maar de embedded waarnemer heeft geen volledig overzicht. Wat hij niet kan zien of berekenen ervaart hij als toevallig. Toeval is de naam voor zijn eigen beperkte positie.
Het Radicaal Continuüm verdedigt de tweede interpretatie: toeval is epistemisch. Niet omdat de eerste interpretatie makkelijk te weerleggen is — de kwantummechanica geeft haar schijnbaar steun — maar omdat de eerste interpretatie een aanname bevat die nooit bewezen is: dat onbepaaldheid in de meting gelijkstaat aan onbepaaldheid in de werkelijkheid zelf.
Het gedachte-experiment
Stel je voor dat je een dobbelsteen gooit. De uitkomst lijkt toevallig. Maar is zij dat? De dobbelsteen heeft een bepaald gewicht, een bepaalde vorm. Jouw hand oefende een bepaalde kracht uit in een bepaalde richting. De tafel heeft een bepaalde textuur. De lucht heeft een bepaalde weerstand. Al die grootheden samen bepalen volledig op welke zijde de dobbelsteen terechtkomt.
Wij kunnen die grootheden niet allemaal meten. Wij staan op een positie waarvanuit het resultaat onvoorspelbaar is. Maar de onvoorspelbaarheid zit in onze positie — niet in de dobbelsteen.
Nu schaal je dit op naar het universum. Elk moment dat wij als toevallig ervaren — de ontmoeting, de ziekte, de kans die voorbijgaat — is in wezen een dobbelsteen op kosmische schaal. De volledige processtructuur van het continuüm bepaalt wat er gebeurt. Maar de embedded waarnemer overziet die volledige processtructuur niet. Hij ziet een uitkomst die hij niet had zien aankomen. En hij noemt dat toeval.
God dobbelt niet. — Albert Einstein, in een brief aan Max Born (1926)
Einstein verloor dit debat met Bohr — of zo wordt het althans verteld. Maar het Radicaal Continuüm stelt dat Einstein gelijk had in zijn intuïtie, ook al had hij niet de gereedschappen om haar volledig te onderbouwen. De stap die hij niet zette was de eliminatie van de tijdas — waarna zijn determinisme zijn volledige consequentie kan trekken.
En de kwantummechanica dan?
De sterkste tegenwerping tegen de stelling dat toeval epistemisch is, komt uit de kwantummechanica. De Born-regel beschrijft de kans op een meetuitkomst als het kwadraat van de golfamplitude. Bij herhaling van het experiment varieert de uitkomst — en die variatie lijkt fundamenteel, niet het gevolg van verborgen oorzaken.
De Bell-experimenten van Aspect, Clauser en Zeilinger sloten bovendien lokale verborgen variabelen uit. Als de uitkomsten van verstrengelde metingen vooraf bepaald zouden zijn door verborgen lokale variabelen, dan zouden de statistieken anders zijn. Dat zijn ze niet. Conclusie van de standaardinterpretatie: de natuur is fundamenteel niet-deterministisch.
Maar hier zit een cruciale aanname verborgen: dat "geen lokale verborgen variabelen" gelijkstaat aan "geen verborgen variabelen überhaupt." Die gelijkstelling is niet bewezen. Het Radicaal Continuüm wijst op een alternatief: de bepaaldheid zit niet in lokale verborgen variabelen maar in de tijdloze globale processtructuur van het continuüm als geheel. Niet-lokaliteit is dan geen raadsel maar een verwachte eigenschap van een tijdloos, ongedeeld geheel.
De kwantummechanica toont aan dat de uitkomst van een meting niet voorspelbaar is vanuit lokale klassieke variabelen. Dat is iets anders dan zeggen dat de uitkomst fundamenteel onbepaald is. De eerste uitspraak is experimenteel bewezen. De tweede is een interpretatie — en het Radicaal Continuüm kiest een andere interpretatie.
Gerard 't Hooft — Nobelprijswinnaar en een van de scherpste koppen in de theoretische fysica — verdedigt exact deze positie. In zijn superdeterminisme stelt hij dat kwantummechanica deterministisch is op een dieper niveau, en dat de schijnbare willekeur voortkomt uit het feit dat de vrije-keuze-aanname in Bell-experimenten in een volledig deterministisch universum niet geldt.
Toeval in het dagelijks leven
De abstracte discussie over kwantummechanica staat ver van het dagelijks leven. Maar de consequentie van de epistemische interpretatie is direct voelbaar in hoe je naar concrete ervaringen kijkt.
Je mist de trein en neemt de volgende. In die trein zit iemand die je leven verandert. Je noemt het toeval — misschien zelfs lot. Had je de eerste trein genomen, dan was het nooit gebeurd.
Iemand krijgt kanker zonder bekende risicofactoren. Willekeurige celdeling, zo lijkt het. Pech. Toeval dat toeslaat zonder reden.
Newton zag een appel vallen en bedacht de zwaartekracht. Archimedes stapte in bad en riep Eureka. Poincaré stapte op een bus en zag de oplossing voor een wiskundig probleem dat hem maanden had beziggehouden. Pure toeval — of niet?
Jij wordt geboren in Nederland, een ander in een oorlogsgebied. Jij krijgt gezonde ouders, een ander verslaafde ouders. Puur toeval van geboorte — de willekeurigste loterij die er is.
Wat anderen in dezelfde richting zeiden
Wat dit betekent — en wat niet
Wat het niet betekent: fatalisme
De meest voorkomende misvatting: als alles bepaald is, heeft handelen geen zin. Maar dat is precies de omgekeerde conclusie. Jouw handelen is óók bepaald — jij bent onderdeel van de processtructuur die bepaalt wat er gebeurt. Het universum dat "vastligt" bevat jouw inspanning, jouw keuzes, jouw reacties. Die zijn er niet ondanks het determinisme maar als onderdeel van de processtructuur.
Wat het wel betekent: minder willekeur, meer structuur
Als toeval epistemisch is — als het voortkomt uit beperkt overzicht — dan is de wereld structureler dan zij lijkt. Niet geruststellend in de religieuze zin van "alles heeft een reden" en "het komt goed." Maar structureel in de zin dat verbindingen reëler zijn dan zij lijken, dat wat als toevallig verschijnt voortkomt uit een dieper weefsel van oorzaken dat de waarnemer niet volledig kan zien.
Wat het betekent voor verantwoordelijkheid
Als niemand fundamenteel anders had kunnen handelen, vervalt dan morele verantwoordelijkheid? Nee — om precies dezelfde reden dat handelen zinvol blijft. De processtructuur die jij bent produceert handelen. Dat handelen heeft consequenties. Jij bent de bron van die consequenties. Dat is voldoende grond voor verantwoordelijkheid — ook zonder absoluut vrije wil.
Toeval is de naam die de embedded waarnemer geeft aan zijn eigen beperkte overzicht. Het universum is volledig bepaald — maar die bepaaldheid is voor geen enkele interne positie volledig toegankelijk. Dat maakt het leven niet minder open, niet minder rijk, niet minder de moeite waard. Het maakt het anders begrijpelijk.
Lees meer over determinisme en de positie van de waarnemer.
De blinde vlek van de wetenschap →